Plasterk: stijging OZB te hoog

plasterkMinister Ronald Plasterk (PvdA) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vindt de stijging van de opbrengst van de Onroerende Zaak Belasting (OZB) met 3,86 procent te hoog. Gemeenten moeten de norm van 2,7 procent hiervoor hanteren, en dit wordt dus niet overal gedaan. Veel mensen betalen daardoor te veel OZB. De minister wil daarom in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Gemeenten profiteren behoorlijk van het zich niet houden aan de maximale stijging van 2,7 procent (marconorm). Hierdoor krijgen ze samen maar liefst 38 miljoen euro meer binnen dan de bedoeling is. De ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland pleiten dan ook voor een herintroductie van een micronorm. Volgens deze organisaties is dat hard nodig vanwege de verwachte stijgingen van andere gemeentelijke belastingen in 2013. De precariobelasting zal bijvoorbeeld waarschijnlijk stijgen met 9,6 procent, de toeristenbelasting met 8 procent  en de parkeerbelasting met 5 procent.ozb11

Dit kost veel mensen dus aardig wat geld. Het tarief voor de OZB is een percentage van de WOZ-waarde van een pand. Hoe meer een koopwoning waard is, hoe meer er dus betaald dient te worden. De gemeente bepaalt hoeveel OZB je moet betalen, dit kan ieder jaar anders zijn. De gemeenten zijn hierin vrij, maar dienen wel rekening te houden met de totale stijging van lasten voor de inwoners.

Een aantal politieke partijen maakt zich zorgen over stijging van de OZB. Zo maakte SP-Tweede Kamerlid Jasper van Dijk zich in 2009 al boos op minister Plasterk. Volgens hem dwong Plasterk studenten bij het berekenen van hun lening rekening te houden met het betalen van OZB. Van Dijk stelde Plasterk destijds vragen naar aanleiding van klachten van studenten dat de gemeentebelasting vaak niet kwijtgescholden wordt. Dit ondanks het krappe budget van veel studenten. De SP daarover destijds op haar website:

‘De minister redeneert als volgt: zolang een student niet maximaal leent, maakt hij niet volledig gebruik van de mogelijkheden om aan geld te komen en heeft hij daarom geen recht op kwijtschelding. De student moet dan dus bijlenen om belasting te betalen. Pas als een student maximaal leent en kan aantonen dat hij de belasting dan nog steeds niet kan betalen, komt hij in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentebelastingen.’